Echte horror zonder capes
Eindelijk eens iets dat niet aanvoelt alsof het door een zielloos algoritme van Disney is uitgepoept om de aandeelhouders te plezieren. Terwijl het grote publiek braaf in de rij staat voor de dertigste herhaling van een man in een maillot die een paarse alien op zijn gezicht slaat, heb ik me laten onderdompelen in de verstikkende, radioactieve grijstinten van Pripyat. Dit is geen 'content', dit is cinema—ook al verscheen het op een scherm in je huiskamer.
De gruwel van Tsjernobyl wordt hier niet verlaagd tot goedkoop vermaak. Geen heldhaftige oneliners of bombastische Hans Zimmer-clichés om je te vertellen wat je moet voelen. In plaats daarvan krijgen we de gortdroge, bijna bureaucratische horror van een totalitair systeem dat langzaam bezwijkt onder het gewicht van zijn eigen leugens. Jared Harris vertolkt Legasov met precies die juiste hoeveelheid vermoeide, intellectuele wanhoop die ik dagelijks voel wanneer ik een klant in de boekhandel moet uitleggen waarom we de nieuwste Marvel-strip niet verkopen.
De soundtrack is een industrieel, onheilspellend gedreun dat in je botten gaat zitten; mijlenver verwijderd van de generieke orkestrale diarree die je in elke blockbuster hoort. Je voelt de straling bijna door het scherm heen je DNA aantasten. Het is lelijk, het is deprimerend, en het is de noodzakelijke remedie voor een tijd waarin de bioscoop vervuild wordt door CGI-sludge. Natuurlijk, de Britse accenten zijn een tikkeltje pretentieus, maar vergeleken met de intellectuele armoede van de gemiddelde Marvel-film is dit een absoluut baken van integriteit. Een 8, want perfectie bewaren we voor boeken die niemand meer leest.

































