Amerikaans sentiment versus Nederlandse nuchterheid
De film "Forrest Gump" uit 1994 vormt een treffend voorbeeld van het grootschalige sentimentalisme waar Hollywood om bekendstaat. Als bewonderaar van de nuchtere en dikwijls confronterende Nederlandse filmtraditie — met name de vroege, rauwe werken van Paul Verhoeven — kan ik mij niet geheel aan de indruk onttrekken dat de emotionele lading hier kunstmatig wordt aangedikt. De technische realisatie is zonder meer indrukwekkend; de naadloze integratie van de protagonist in historische sleutelmomenten zoals de Vietnamoorlog en ontmoetingen met presidenten getuigt van een vakmanschap dat wij in Nederland dikwijls voor een fractie van het budget evenaren, zij het met minder visueel vertoon.
Hoewel Tom Hanks een gedenkwaardige acteerprestatie levert, mist de film de psychologische gelaagdheid die men in onze eigen nationale epossen, zoals "Soldaat van Oranje", terugvindt. Het simplistische wereldbeeld dat hier wordt gepresenteerd, grenst aan het naïeve. Voor een ambtenaar uit Den Haag die dagelijks te maken heeft met de complexiteit van de maatschappij, voelt dit relaas over een man die louter door toeval de geschiedenis vormgeeft, als een suikerzoet sprookje. Het is degelijk amusement, maar het ontbeert de noodzakelijke scherpte en realiteitszin die de Nederlandse cinema zo uniek maakt.
























