Geraffineerde suiker voor de emotioneel luie kijker
Kijk, terwijl de gemiddelde bioscoopbezoeker zich tegenwoordig gewillig laat lobotomiseren door de zoveelste Marvel-productie waarbij een man in een spandex pak drie uur lang tegen een tennisbal op een groen scherm schreeuwt, is Intouchables tenminste nog een poging tot menselijkheid. Maar laten we niet doen alsof dit een meesterwerk is. Het is een geraffineerde brok sentimentele chantage die precies weet op welke knopjes er gedrukt moet worden bij een publiek dat te lui is om een echte documentaire over de banlieues van Parijs te kijken.
Het verhaal is zo voorspelbaar dat je de plottwists al ziet aankomen voordat de eerste noot Vivaldi heeft geklonken. We krijgen de klassieke 'rijke blanke man leert weer leven dankzij straatschoffie'-trope voorgeschoteld. Het is klasse-toerisme verkleed als een hartverwarmende komedie. In de boekhandel waar ik werk, zie ik dit soort narratieven ook constant over de toonbank vliegen: pretentieloos vermaak voor mensen die liever niet geconfronteerd worden met de werkelijkheid. De tegenstelling tussen Earth, Wind & Fire en klassieke muziek is zo cliché dat ik er bijna fysieke pijn van kreeg. Driss is de karikautur van de 'levenslustige arme' die de starre aristocratie moet redden.
Natuurlijk, Sy en Cluzet spelen het goed, maar de regie is zo gladgestreken dat elke vorm van rauwe realiteit direct wordt weggepoetst. Het voelt als een Amerikaanse remake van een Franse film die nog niet eens bestond; de totale commercialisering van empathie. Het is de 'comfort food' van de cinema: makkelijk verteerbaar, veel te zoet en je bent het een uur later alweer vergeten. Het is nog steeds duizend keer beter dan de infantiele pulp die Disney ons door de strot duwt, maar dat zegt vooral iets over hoe laag de lat tegenwoordig ligt.